Freinettechnieken

De geest van een kind is geen vat om vol te stoppen, maar een vuur om aan te wakkeren.

Confucius

Een kind betrekken bij de opdrachten, het kind laten ervaren dat wat het doet ook belangrijk is, dàt bereik je niet met opgelegde regels. We lichten het toe met onze 4 belangrijke peilers:


Echt en zinvol werken

“Het werk van kinderen moet plaatsvinden in een voor hun zinvolle context.”

De klasdag wordt gestart met een praatronde, een overgang tussen thuis en school. Nieuwtjes worden uitgewisseld en kunnen leiden tot allerlei projecten of andere activiteiten; zoals opzoekingswerk, onderzoeken, werkstukken,... . Leerlingen leren over allerlei onderwerpen te praten én leren luisteren naar elkaar.

De praatronde verloopt volgens een bepaalde structuur en word geleid door een praatrondeleider: aanvankelijk de leerkracht maar geleidelijk aan nemen de kinderen deze taak over. Hierin is er over de ganse school een groeilijn.

img Tijdens de projectwerking of via werkstukken worden sommige thema's verder uitgediept. Een kind doet dat individueel of in groep en spreidt de werkzaamheden over verscheidene dagen, soms zelfs enkele weken. Eerst wordt een werkplan gemaakt: wat wil men over het onderwerp weten en wat wil men ermee doen. Elk kind of groepje werkt op één of andere wijze aan een neerslag van zijn bevindingen: er wordt een boek gemaakt, een tentoonstelling, een diamontage, een toneelstuk... Afgewerkte projecten worden soms voorgesteld aan de andere klassen of aan de ouders.

De schooldag eindigt ook steeds met een afsluitronde. De dag wordt nog eens overlopen: werk wordt voorgesteld, wat ging er wel of niet goed vandaag, er wordt nog een liedje gezongen, verteld of voorgelezen.

De rol van de leerkracht is ook van groot belang. Hij en/of zij dienen de kinderen steeds aux sérieux te nemen, waardoor de kinderen het gevoel krijgen dat er écht naar hen geluisterd wordt en zodat ze op eigen tempo kunnen groeien.


Natuurlijk leren

“Leren is... een natuurlijk proces.”

Leren is experimenteel onderzoeken en ontdekken en dan de zelf gevonden mogelijkheden in een nieuw verband zetten. Kinderen leren het best van de eigen ontdekkingen en dàt soms op een manier die we zelf voor hun niet hadden kunnen bedenken. Ze hebben immers de behoefte om uit zichzelf vat te krijgen op de wereld om hen heen. De basis van het leren is het materiële handelen. Hiervoor kunnen de klassen ingedeeld zijn in diverse hoeken en werkzones, al naargelang de noden van de kinderen: een drukhoek, een computerhoek, een experimenteerhoek, een taal en leeshoek, een praathoek, een huishoek, een rekenhoek,...

Ook corresponderen met kinderen uit een andere school brengt heel wat concrete materie binnen in de klas waar kinderen mee aan de slag gaan. De graadklassen vormen ook een belangrijk principe in het natuurlijke leerproces. Namelijk jonge kinderen leren van oudere én omgekeerd leren oudere kinderen zorgen voor jongere. Daarnaast leren kinderen ook omgaan met niveauverschillen. Bovendien maakt ieder kind beurtelings deel uit van de jongste en de oudste groep waarbij ze telkens een andere rol in de groep vervullen.


Vrije expressie

“Op veel manieren leren je gedachten en gevoelens te uiten.”

De planning van de week en dag worden ingevuld. Daar zijn er termen als ‘werktijd/ WT’ en ‘vrije werktijd/ VWT’ in terug te vinden. Tijdens de vrije werktijd zijn kinderen bezig met zelfgekozen arbeid. Ze werken samen rond bepaalde, tijdens de praatronde ontstane, onderwerpen en voltooien werkstukken of ze krijgen de kans om creatief bezig te zijn met een techniek naar keuze. De zin van het werken moet voor het kind duidelijk zijn. Zo vindt het de nodige motivatie om een zelfgekozen taak af te werken.

img

De belangstelling voor taal en vrije tekst/tekening zijn van belang. Een vrije tekst schrijft een kind uit vrije wil en gaat over wat hem/haar bezighoudt. Meestal wordt zo´n tekst geschreven om anderen wat mee te delen. Belangrijk is dat doorstromen naar het klasgebeuren en dat het kind de mogelijkheid krijgt om zich te uiten. Het is dus een expressiemiddel én een communicatiemiddel. Regelmatig wordt er tijd aan creatieve activiteiten besteed.

Atelier gebeurt in kleinere groepjes, met kinderen uit alle klassen. Dat ‘leeftijddoorbrekend’ werken is een belangrijk freinet-principe. Jonge kinderen leren van oudere - en omgekeerd! De kinderen kiezen zelf aan welke activiteit ze willen deelnemen. Leerkrachten, ouders (of andere volwassenen) en soms ook kinderen van de derde graad begeleiden deze activiteiten.


Zelfbestuur

“L´école pour la vie, par la vie = Leren ‘voor’ het leven, ‘door’ het leven.”

img
Vanaf de kleuterschool wordt er reeds met dag- en weekplannen gewerkt. Zo leren kinderen vat te krijgen op de tijd, leren ze plannen. Die dag- en weekplannen worden bij de aanvang van respectievelijk elke dag en elke week samen opgesteld. De kinderen stellen in samenspraak met elkaar en met de leerkracht zelf voor wanneer er welke activiteiten worden gedaan, rekening houdend met vaste momenten zoals instructiemomenten, zwemmen, atelier, ...



arrow Freinetprincipes arrow Terug naar boven

De Rippetipse Gazet

Blijf dankzij de Rippetipse Gazet op de hoogte van het reilen en zeilen binnen Rippetip! Lees de laatste gazet »

Agenda

Interessante websites

Freinetbeweging Vlaanderen Freinetscholen in Vlaanderen Wie is Célestin Freinet? Freinet op Wikipedia Freinet.be